De ultieme achtbitter: de C128Dcr
Ooit gelanceerd als de opvolger van de beroemde, beruchte, onnavolgbare en nagenoeg onverslijtbare Commodore 64: de Commodore 128. Wat de C64 ook was, perfect was hij zeker niet. Het trage laden van tape en disk was berucht. Daarnaast werden de (uiterst capabele) beeld- en geluidsmogelijkheden vanuit BASIC totaal niet ondersteund. Verder was natuurlijk de beschikbare hoeveelheid geheugen in BASIC (38 KB) natuurlijk niet meer helemaal van deze tijd (we spreken over ongeveer 1985).
Het antwoord van Commodore liet dan ook niet lang op zich wachten: de C128 was voorzien van twee keer zoveel werkgeheugen als de C64 (128 KB), had een uiterst capabele BASIC-variant ingebouwd, werd voorzien van de snelle 1571 diskdrive welke ook nog eens twee keer meer opslagcapaciteit had ten opzichte van de 1541 voor de C64, had een scherpe 80-kolomsweergave en nog vele andere verbeteringen ten opzichte van zijn voorganger. Naast al deze verbeteringen kon de C128 ook nog eens bijna alle (99,5% is zeker niet overdreven) software voor de C64 draaien.
Voor velen was de C128 wat de C64 had moeten zijn en ook ik voelde de aantrekkingskracht van deze computer, welke voorlopig echter buiten mijn financiele bereik bleef (/me was óók maar een arme scholier!). Tegen de tijd dat mijn financiele reikwijdte de C128 binnen bereik bracht was de A500 echter verschenen, waarmee de C128 naar de digitale vergetelheid vertrok.
Enige tijd na de aanschaf van mijn eerste échte pc, liep ik echter tegen een tweedehands C128D op (de variant met ingebouwde 5.25" diskdrive) en kon ik de verleiding toch niet weerstaan. Deze aanschaf was voor mij de eerste stap op weg naar een verzameling van oudere 8, 16 en 32 bitters, bestaande uit machines die mij in de loop van de jaren om verschillende redenen gefascineerd hebben. Die fascinatie kan voortgekomen zijn uit nostalgische overwegingen (eerste computer), technische interesse (Archie & Mac) en een combinatie van beiden (A1200, 2000 en 3000).
De C128 die ik in mijn bezit heb is, zoals reeds aangegeven, een 'D'-model met ingebouwde (1571-)diskdrive. Van de 'D' bestaan twee varianten: de oorspronkelijke draagbare variant (kunststof behuizing, handvat en ruimte om het toetsenbord onder de behuizing te bevestigen) en de 'Dcr'. De recentere 'Dcr' (Cost Reduced) heeft een metalen behuizing, een enkele printplaat (de gewone 'D' had twee printplaten), 64 KB videogeheugen (16 KB in de oude 'D') en is significant eenvoudiger in- en uit elkaar te halen.
Mijn 128 heb ik voorzien van diverse uitbreidingen, welke de grenzen van deze achtbitter tot destijds onvoorstelbare verten hebben opgerekt. In eerste instantie ben ik voorzichtig begonnen met aanpassingen aan de computer: om de koeling te verbeteren heb ik op een daartoe geschikte plek een 80 mm ventilator aangebracht en heb tevens de spanning van de voeding wat beter afgeregeld. Vervolgens heb ik de oorspronkelijke romchips vervangen door nieuwere, voorzien van Jiffydos (nee, Jiffy en Jiffydos hebben absoluut niets met elkaar te maken). Jiffydos is een sinds 1989 bestaande uitbreiding voor de C64/128, welke de prestaties van de diskdrives voor deze computers enorm weet te verbeteren. Een vertienvoudiging van de laad- en savesnelheid is, in het geval van de C64 met 1541-diskdrive, daarbij zeker te verwachten. Dat mag ook zeker wel, aangezien de combinatie C64-computer met C1541-diskdrive berucht traag was...
Na op deze manier de 128 wat te hebben gekieteld, zijn verdere uitbreidingen stap voor stap toegevoegd. Een extra 1571 diskdrive (dubbelzijdig, 5.25". 340 KB opslagcapaciteit) werd als snel toegevoegd, evenals een FD2000 van Creative Micro Design (CMD). De FD2000 is een externe 3.5" diskdrive welke rechtstreeks op de C64 en C128 is aan te sluiten en welke gebruik maakt van de welbekende high density diskettes. Daarmee wordt een opslagcapaciteit bereikt van 1,76 MB per schijfje, wat een vervijfvoudiging is ten opzichte van de (ook al riante) 340 KB van de 1571-drive. Daarnaast is de FD2000 nagenoeg volledig compatible met de, relatief zeldzame, 1581 diskdrive van Commodore.
Deze extra hardware maakte het leven en werken op mijn 128 al een stuk aangenamer, maar de echte uitbreidingen moesten nog komen. De volgende stappen bestonden uit de aanschaf van een RAMlink en een HD1000, beiden eveneens van CMD. De RAMlink is een batterijgevoede ramdisk welke aangesloten wordt op de cartridgepoort van de C64/128. De RAMlink heeft in mijn geval een capaciteit van 16 MB (vier 30 pins simms van 4 MB), wat meteen het maximum voor dit apparaat is. In het gebruik laat de RAMlink zich bedienen als een extra diskdrive, maar dan met een veel grotere capaciteit en een superieure snelheid ten opzichte van de bekende Commodore diskdrives.
De HD1000 is een externe behuizing voor een SCSI-harddisk, waarmee voor een 8-bitter onvoorstelbare hoeveelheiden opslagruimte binnen bereik komen. De HD is in mijn geval voorzien van een Quantum Empire 1080 met een opslagcapaciteit van 1 GB (vandaar de '1000'). In combinatie met een speciale paralelle kabel welke op de RAMlink dient te worden aangesloten, zijn daarmee laadsnelheden van ruim 200 KB/s mogelijk.
Daarnaast heb ik mijn 128 voorzien van een tweetal kleinere uitbreidingen: een Turbo232 cartridge met daarop een snelle seriele poort (maximaal 230,4 kbps) en een Geocable II (met een standaard paralelle printerpoort). De RS232 poort gebruik ik voornamelijk voor het heen- en weer sluizen van bestanden tussen mijn A1200 en de 128, waarbij ik gebruik maak van een nulmodemkabel en terminalsoftware. Vanwege de beperkte capaciteit van de seriele poort van de A1200 komt de snelheid daarbij echter niet boven de 38,4 kbps uit.
Als laatste, maar zeker niet minste, uitbreiding, is de SuperCPU 128 aangesloten. De SuperCPU (natuurlijk ook weer van CMD!) is een wonder van techniek, waarbij een 20 MHz 16 bits processor (de 65816) het gehele rekenwerk van de 2 MHz 8502 in de 128 overneemt en daarbij ook nog eens de mogelijkheid geeft tot maximaal 16 MB extra ram toe te voegen in de vorm van een 72 pins simmetje. In mijn geval heb ik een 8 MB simm geplaatst, waarmee de mogelijkheden van de 128 nagenoeg onbegrensd zijn. De SuperCPU werkt zowel in de 64 als 128 stand van de computer en weet te zorgen voor een tien- tot twintigvoudige verhoging van de snelheid.
Met deze extra hardware wordt het werken met de 128 een feest: voorheen trage programma's als bijvoorbeeld GEOS werken nu soepel en snel. Anderzijds zorgt deze extra hardware voor een lagere compatibiliteit: veel programma's, met name spelletjes, weigeren dienst met de SuperCPU ingeschakeld.
Voordeel is dat de meeste van de extra hardware simpel is uit te schakelen, waarmee uiteindelijk het merendeel van de programma's moeiteloos valt te gebruiken.
Al met al kan ik nu zonder blozen beweren dat ik in het bezit ben van een van de krachtigste en meest uitgebreide Commodore 128s in Nederland, welke óók nog regelmatig voor het een of andere onbenullige klusje wordt ingeschakeld.
Laatst aangepast (zaterdag 31 juli 2010 13:09)



