Het begin: de Commodore 64
Na op school begin jaren tachtig als brugklassertje voor het eerst kennis te hebben gemaakt met De Computer (als vooruitstrevende school werden wij in de loop van mijn eerste jaar aldaar voorzien van een aantal Echte Computers™, bedoeld voor Echte Lessen™ aan ons, nederige leerlingen). Een lokaal vol Aster CT-80's welke na de reguliere lestijden vrij toegankelijk waren voor elke leerling die maar belangstelling had! Samen met een aantal andere potentiële nerds bracht ik regelmatig vele uren door met het intikken van voorbeeldlistings zonder ook maar een vaag idee te hebben wát er nu precies gebeurde.
Echter, deze trieste pogingen wisten wel een langzaam groeiend vlammetje van belangstelling aan te steken, zodat ik als 13-jarig stukje onbenul uiteindelijk de eerste computer in de familie én de klas aanschafte: een Commodore 64. Mét datasette en turbocartridge. Met klamme handjes aangesloten op de op mijn kamer staande zwart/wit tv wist ik uiteindelijk het welbekende 38911 BASIC BYTES FREE beeld tevoorschijn te toveren. Mijn computerkennis was destijds nog van het niveau dat ik, na het intikken van het commando LOAD, gevolgd door de mededeling PRESS PLAY ON TAPE met verbijstering naar de woorden FOUND zat te staren. Het stadium van simpelweg elke toets proberen had ik nog niet bereikt, maar na het doorspitten van de handleiding was de oplossing gelukkig snel gevonden: na het drukken op de zgn 'Commodore-toets' werd het programma (in een ijzingwekkend traag tempo) geladen.
Vanaf hier waren mijn wankele pasjes nog niet op een bepaald doel gericht: alleen al het feit dat ik met een computer bezig was,was al een feest op zich. Naast het fanatiek spelen van spelletjes (van adventure tot schietspel), begon ik mij ook bezig te houden met het programmeren van simpele basicprogramma's. Het overtikken van listings was een uitstekende concentratieoefening: het intikken van een basiclisting was vaak binnen één of twee uur gebeurd, maar het opsporen van de gemaakte typfouten kostte een veelvoud van die tijd. Assembly heeft mij nooit echt in zijn grip kunnen krijgen, aangezien mijn hart meer bij het algemene prutswerk dan het echte programmeerwerk lag.
In de loop van de tijd groeide de wens om mijn computer voor méér dingen te gebruiken dan alleen spelletjes en prutsen: dé uitbreiding om je computer nuttig te kunnen gebruiken is uiteraard een printer en dat was dan ook mijn eerste uitbreiding. Na lang wikken en wegen schafte ik een Star NL10C aan: een degelijke 9-naalds matrixprinter met een voor die tijd uitstekende prijs/kwaliteitverhouding. Mede dankzij de goede combinatie tussen snelheid en printkwaliteit groeide dit type printer uit tot één van de populairste printers voor de Commodore 64.
Enige tijd later kwam de wens om mijn Commodore op enkele andere punten te verbeteren. Deze verbeteringen omvatten een 5.25" diskdrive (een 1541C), een Final Cartridge III en een kleurenmonitor. Met deze combinatie heb ik het belangrijkste deel van mijn middelbare schooltijd doorgebracht en zijn onder andere de geschiedenis- en aardrijkskundewerkstukken uit die periode door mij gefabriceerd.
In dezelfde periode hield ik mij bezig met één van de populairste dingen uit het 8-bitstijdsperk: het ruilen van programma's. Advertentiepagina's in computerbladen uit die tijd stonden vol met aanbiedingen om gekopieerde programma's te ruilen. Vanaf het moment dat ik in het bezit was van een diskdrive heb ik hier fanatiek aan meegedaan: op regelmatige basis verstuurde en ontving ik pakketjes diskette's uit heel Europa: van Engeland tot Finland, van Nederland tot Italië. De dagelijkse thuiskomst uit school was elke keer weer spannend om te zien of er iets nieuws op de deurmat zou liggen...
Echter, vanaf 1987 begon de pas geïntroduceerde Amiga 500 met zijn hoge snelheid, grote geheugen en zijn fenomenale prestatie's op audio-visueel gebied een steeds grotere aantrekkingskracht op mij uit te oefenen. Langzaam maar zeker werden de beperkingen van mijn trouwe C64 duidelijker en verloor hij zijn glans ten gunste van zijn luidkeels om aandacht vragende opvolger: de Amiga 500. Een nieuw tijdperk op computergebied stond voor mij op het punt van beginnen.
Na echter jarenlang van het rechte pad te hebben afgeweken, ben ik uiteindelijk tóch weer naar mijn roots teruggekeerd: sinds enkele jaren ben ik opnieuw in het bezit van de moeder aller homecomputers, mijn trots, mijn rustpunt: een Commodore 64. Nu niet langer in de klassieke 'breadbox' behuizing, maar met de slankere lijnen van de C64c. Mijn nieuwe oude C64 wordt hierbij ondersteund door twee 1541-II diskdrives (de versie met de externe voeding), een A1084 beeldscherm, een Final Cartrdige III en vier Arcade-joysticks (het non plus ultra op het gebied van joysticks).
Op de foto is tevens een 8250LP dual diskdrive te zien (onder het beeldscherm). het streven is deze ooit nog eens, door middel van een IEEE488-cartridge, aan te sluiten op m'n C64. Jammer genoeg is Jiffy niet echt sterk op het gebied van solderen aan elektronica (of solderen aan wat dan ook, eigenlijk), dus als zich nog eens een vrijwilliger geroepen voelt om een leuk projectje te ondernemen...
Â
Laatst aangepast (zaterdag 19 maart 2011 18:35)



